Pieter van den Doel gaf kleur aan het vooroorlogse Rotterdam



Kleurenfoto's uit de beginjaren 1900 zijn schaars en ze geven, door de beperktheid van de techniek van toen, een onechte weergave van de oude sfeer. Bepaalde delen van de stad, zoals de beruchte Zandstraatbuurt, werden niet waardig bevonden om in dure kleur te worden afgebeeld. Pieter van den Doel (zie de stamboom) had er geen vrede mee, dat al die zwartwit afbeeldingen van de verloren stad alleen in zijn geheugen konden worden bijgekleurd. Hij hoopte dat iemand bereid zou zijn om dat kleurrijke Rotterdam op linnen te brengen. Zelf dacht hij er niet aan om zoiets te proberen: een drukke verantwoordelijke baan bij Rademakers liet hem er de tijd niet voor, en bovendien meende hij er het talent niet voor te hebben. Al tekende hij niet onverdienstelijk, zijn bescheidenheid weerhield hem er van om aan meer te denken. Tot die afschuwelijke periode, toen een ernstige vaatziekte hem dwong om het werk, dat hem lief was, op te geven. Op dat moment stortte voor Piet van den Doel een wereld in elkaar.



Een hartinfarct veranderde zijn leven

In het begin van de jaren zeventig reed Pieter voor zijn werk naar de kerncentrale in Dodewaard, toen hij zich plotseling niet goed voelde. Hij is uit de auto gestapt en in de berm van de weg gaan liggen. Hoe lang hij daar gelegen heeft, weet hij niet. Hij kon zich daar niets meer van herinneren.. Hij schijnt zelf weer naar zijn werk teruggereden te zijn. Stapvoets. Op z'n werk zorgde men ervoor, dat hij snel naar het ziekenhuis werd gebracht. Daar hoorde hij - tot het hartinfarct een energieke vijftiger - dat hij met werken moest stoppen, wat hij verschrikkelijk vond, want zijn werk was zijn lust en zijn leven. Jaren van ledigheid en gedwongen niets doen leken in het verschiet te liggen. Hoewel klagen niet in de aard lag van Pieter van den Doel doorzag zijn voormalige directeur een schijnbare berusting. De man kon moeilijk voorzien, dat hij Van den Doels leven een geheel nieuwe wending zou geven, toen hij hem aan het ziekbed in plaats van de obligate bos bloemen of het welverzorgde fruitmandje een ruime sortering schildersmaterialen gaf. Dat was in 1973, toen Pieter 56 jaar oud was. Toen hij in het Historisch Museum De Dubbelde Palmboom exposeerde (mei 1984), had hij zo'n 170 doeken op zijn naam staan. Overigens toonde zijn eerste expositie in 1979 in hetzelfde gebouw dertig doeken.


Waardering alom

Zijn werk werd alom gewaardeerd. En dat voor iemand die nooit onderricht in het schilderen ontving! Eerder doorliep hij de ambachtsschool en de Vaktekenschool. Daarna bekwaamde hij zich in technisch- en handtekenen. Als kind was hij al met tekenen begonnen. Hij zal een jaar of twaalf zijn geweest, toen hij al prentjes maakte om wat zakgeld bij elkaar te schrapen. Hij liet die door anderen verloten. Zelf durfde hij dat niet. Daar had hij het lef niet voor. Hij woonde toen nog maar net in Rotterdam, waar zijn vader in de Kegelstraat een schoenmakerij had.

Niet alleen zouden de tubes en de kwasten Van den Doel in de toekomst telkens weer door moeilijke ziekteperioden heen helpen, maar bovendien zou Rotterdam erdoor verrijkt worden met een kostelijke serie kleurenplaten.

De eerste pogingen van Pieter van den Doel tot topografische reconstructie waren al meteen verrassend, zelfs voor hemzelf. Aan huis gekluisterd genoot hij er van om de oude stad, die hij zo goed had gekend, onder zijn handen te zien terugkeren. Toevallige bezoekers drongen er op aan zijn werk in de openbaarheid te brengen, maar hij piekerde er niet over. Het gaf hem al voldoening genoeg, dat hij uit zijn geheugen zoveel kleuren wist op te diepen of door studie en navraag de vergeten details kon invullen.

Piet was klein behuisd. Hij schilderde in de woonkamer aan het Reigerpad, waar zijn vrouw jarenlang in de verfstank zat. In 1981 kreeg hij een groter huis aan de Valkeniersweg, waar hij in ieder geval een eigen kamer had om te schilderen. Deze kon hij bereiken met een speciaal voor hem aangebrachte lift, omdat hij door zijn ziekte niet in staat was de trap naar de eerste verdieping te nemen. Pieter gaf nauwkeurig de kleinste details weer, wat heel belangrijk was. Zo lette hij op de namen van winkels, de reclames op de uithangborden, de nummers op en kleuren van trams en auto's, een muurreclame of een metalen inrichting voor de kleine menselijke noden.. Als bron hanteerde hij zwartwitfoto's, reproducties van oude meesters, kalenderplaten en prentbriefkaarten. Hij gebruikte hierbij de kleinste penselen en een loep. Voor het inkleuren van kleding stelde hij zich op de hoogte van het modebeeld van de betreffende periode. Hij was van 's morgens vroeg tot 's avonds laat met zijn hobby in de weer, voor zover zijn gezondheid het toeliet. Op gegeven moment werkte de verf op zijn handen in waardoor hij noodgedwongen tot tekenen moest overgaan.. Na een tijdje kon hij weer schilderen.


Piet trad naar buiten

Pas na lange aarzeling stuurde Pieter van den Doel een van zijn werkstukken in voor een prijsvraag van het Rotterdams Nieuwsblad en prompt won hij de eerste prijs met een schilderijtje van de oude Willemsbrug dat niet groter was dan de breedte van een hand. Hij won er een fototoestel mee. Er volgden interviews (waarin hij vergeefs poogde zijn eigen werk te minimaliseren), exposities, mapjes met reproducties, aanbiedingen van kooplustigen (die steevast werden geweigerd) en dat alles mondde uit in een wekelijkse kleurenplaat in het Rotterdams Nieuwsblad en een onvoorstelbare stroom van reacties uit de lezerskring. Zo brachten enkele dames op een dag oude jaargangen van Rotterdamse tijdschriften. Deze waren zo zwaar, dat Pieter ze door zijn zwakke gezondheid niet kon tillen.

Pieter werd in 1981 uitgeroepen tot Rotterdammer van het jaar, omdat hij sfeervolle schilderwerken met Rotterdam als onderwerp maakte. De bijbehorende oorkonde werd hem door burgemeester Andr van der Louw overhandigd.

En van Pieters schilderijen. Volg de aanwijzing onderaan deze pagina voor meerdere werken.


In 1984 verschenen zijn vijftig van zijn tekeningen van het vooroorlogse Rotterdam in het boek Kleurrijk Rotterdam. Het boek werd tijdens een geanimeerde bijeenkomst in de kamer van burgemeester Peper op 17 november 1984 gepresenteerd. De gezondheidstoestand van Piet liet het niet toe, dat hij bij de bijeenkomst aanwezig kon zijn. Jan Prins van het Rotterdams Nieuwsblad overhandigde het tweede exemplaar aan de burgemeester. Mevrouw Van den Doel was wel aanwezig evenals Cor Docter van het Rotterdams Nieuwsblad die de begeleidende teksten schreef. Het boek is samengesteld aan de hand van reacties van lezers van het Rotterdams Nieuwsblad op de wekelijks verschenen tekeningen van Pieter. Het eerste exemplaar was voor de schilder zelf.



Exposities

Eind december 1984 werden zeker zestig van zijn schilderijen in de glazen zaal van Ahoy' gexposeerd. De expositie vergde door de rompslomp van de voorbereidingen veel van zijn krachten. Daarbij kwam nog het effect van een zware kuur, die aanvankelijk resultaat leek te hebben, maar hem zeer verzwakte.

Ontelbare mensen heeft hij een plezier gedaan door hen de kans te geven hun oude stad, hun eigen jeugd nog een terug te zien. Hij had schatrijk kunnen worden als hij de kooplustigen had bevredigd. Duizenden guldens zijn in het materiaal gaan zitten, maar aan het verkopen van zijn werk dacht hij niet. Hij heeft slechts n schilderij willen verkopen. Hij wilde dat iedereen zijn werk kon zien. Door het niet te verkopen bleef het werk bijeen.

Pieter overleed medio januari 1985

Te vinden op internet

Een overzicht van een deel van Pieters schilderijen.



Bron: Het Rotterdams Dagblad
Tekst: Peter van den Doel
Klik hier voor de persoonskaart van Pieter