(Levens)Verhalen

» Allemaal zien     «Vorige 1 2 3 4 5 6 7 ... 51» Volgende»     » Dia Voorstelling

1640-heden Schippers door de eeuwen heen

Eeuwenlang was het normaal: Van den Doelen verdienden de kost met varen. Nu is er nog maar één schipper over.

Schippers door de eeuwen heen

Schippersfamilie Van den Doel

De eerste voorvader die in doop- en trouwboeken is getraceerd is Jillis Jacobsz, jongeman van den Doelen. Deze Jillis Jacobsz van den Doel was vermoedelijk een zoon van Jacob Arents van den Doel (+ 1615 - 1689) en Annetje Florensdr, van wie wordt aangenomen dat ze vanuit Doel in Vlaanderen naar Dirksland zijn gekomen. Jacob Arentsz van den Doelen was waarschijnlijk schipper.

Jillis Jacobsz van den Doel (+1640 - ?) was naar alle waarschijnlijkheid eveneens schipper. Dat kan een verklaring zijn voor het feit dat hij in de doopboeken van Dirksland enkel als vader voorkomt, niet als doopgetuige bij 'vrienden of maghen'. Ook wordt hij aangeduid als 'bouwman'.

Zijn zoon Servaes van den Doel (1673-1723) was schipper. In de archieven is geen beroep van Jillis Servaesz (1704 - 1763) gevonden. Men neemt aan dat hij evenals zijn vader en grootvader schipper was.

Cornelis Jillisz van den Doel (1731-1785) kwam als schipper in Herkingen terecht. Hij woonde daar toen hij in 1754 trouwde met Annetje Kaslander. Cornelis werd mosselschipper. Na zijn overlijden waren zijn huis en schip zwaar belast met hypotheken en leningen. Bij de publieke verkoop van de insolvente boedel van zijn vader Cornelis van den Doel op 23 maart 1785 kocht zoon Jillis het huis voor fl. 255,--. Voor zijn minderjarige broer Johannes kocht hij de hengst voor fl. 127,--. Deze Johannes (1763-1835) staat officieel te boek als veerman van Herkingen. Hij was ook winkelier. Het Herkingse veer onderhield toen regelmatige diensten op Veere, Colijnsplaat, Wemeldinge, De Heen, Sint Philipsland, Bruinisse, Bommenede en Brouwershaven.

In de tijd van Johannes van den Doel was de  Grevelingen een verraderlijke zeearm. De oversteek van Brouwershaven of Bruinisse was zelden zonder gevaar. Zonen van Johannes van den Doel werkten bij hun vader als veermansknecht. De vierentwintigjarige Jillis en de bijna drieëntwintigjarige Adrianus van den Doel verdronken in het zicht van de haven van Herkingen.

Jillis Cornelisz van den Doel (1755-1809) werd op 17 maart 1791 door de Gemeene Uitwatering aangesteld als eerste sluiswachter van het Sas van Dirksland en door de ambachtsheer tot 'veerman van den dorpe'.†

Dirk van den Doel (1783 - 1851) begon bij zijn vader Jillis als schippersknecht. Na verloop van tijd werd hij herbergier in Dirksland. Daarnaast bleef hij werkzaam bij de veerdienst van het Sas. Het veer werd in 1826 een zaak van de gebroeders Cornelis (1791-1851) en Dirk van den Doel. Dirks oudste zoon Jillis (1812-1838) werd veerschipper op Sas. Ook Dirks zoon Andries (1829-1897) werkte er. Hij wordt genoemd als postschipper en conducteur der posterijen, ook wel als postloper.

De tjalk waarmee Jilles (1858-1937) vaarde

Pieter Cornelisz van den Doel (1817-1885) werkte als veerschipper bij zijn vader op het Sas, toen hij op bijna twintigjarige leeftijd in 1837 trouwde met Adriana Weeda, een schippersdochter uit Sommelsdijk. Adriana stierf op vierentwintigjarige leeftijd. Na anderhalf jaar hertrouwde Pieter van den Doel met Cornelia Bakker. Het huwelijk tussen Pieter en Cornelia werd op 15 mei 1840 voltrokken, enige maanden na de geboorte van hun dochter Hester. Pieter was toen kennelijk schipper op de binnenvaart. Hester werd in Amsterdam geboren, zoon Cornelis in Oud-Beijerland en dochter Jacoba ook in Amsterdam. Begin 1846 overleed Cornelia Bakker aan boord van hun schip in De Kaai van Dirksland.†

Pieters zoon Jilles (1858 - 1937) op de Kaai en in de Van Aerssenstraat te Sommelsdijk heeft gewoond. Zijn laatste schip was een zeiltjalk die hij in 1912 heeft laten bouwen op de scheepswerf De Dageraad te Alphen aan de Rijn. Die tjalk was genaamd Helena en Jilles van den Doel heeft daarmee gevaren met zijn zoon Pieter tot die ging trouwen. In 1929 is de Helena overgegaan in handen van kleinzoon Jilles van Zetten. Deze kleinzoon was de oudste zoon van Van den Doels oudste dochter Willempje. Jilles van Zetten veranderde de naam Helena in De Tijd zal 't leeren. Jilles voer op zeilen naar Rotterdam en Overschie met Flakkeese producten die hij zelf kocht en in de stad weer verkocht. 'Eigen handel' heette dat en bijna elke schipper kwam daarmee aan de kost.
De schippers van het eiland vertrokken altijd op zondagmiddag naar Rotterdam. 
Eigenlijk vonden hun vrouwen dat niets, want het was natuurlijk werken op zondag. Hun argument om op zondagmiddag te varen was, dat ze op maandag te laat in de haven zouden komen. In wezen was dit niet de ware reden. De reden was, dat ze op zondagavond de kroeg in konden duiken.

Pieter van den Doel Jilleszn (1883-1978) was gehuwd met Sietje Holleman uit Nieuwe Tonge. Vanaf zijn trouwdag is Piet van den Doel voor zichzelf gaan varen op een zeiltjalk, genaamd Sietje. Hoe lang hij met deze tjalk gevaren heeft is niet bekend. Na de vrije binnenvaart werd Piet van den Doel beurtschipper te Battenoord.

Het schip Vertrouwen van Willem van den Doel, de laatste schipper van de familie

Eerst voer hij daar vandaan nog op zeilen maar later kocht hij van een andere schipper een motorschip van 75 ton dat voorzien was van een 20 pk Kromhout-motor. Die motor is later vervangen door een 20 pk Appingedammer Brons. Het motorschip heette de Onderneming en het zal voor Van den Doel een hele onderneming zijn geweest om met de beurtvaart vanaf Battenoord het hoofd boven water te houden. De beurtvaart werd dan ook in 1926 of 1927 door hem beëindigd. Het schippersechtpaar Van den Doel-Holleman had twaalf kinderen van wie niemand is gaan varen.

Het ging niet altijd voor de wind

Het schippersleven ging letterlijk niet altijd voor de wind. In de tijd, dat schepen slechts op windkracht zeilden moest de schipper of een van zijn gezinsleden het schip trekken om bij windstilte van bijvoorbeeld het Sas van Dirksland naar de haven van Dirksland te komen. Onder zulke omstandigheden heeft met name Johannes van den Doel (1861-1931) gewerkt. Zijn vrouw Leentje Kievit was ziekelijk en kon niet meer meevaren. Met financiële hulp van haar broers konden ze een huis kopen te Battenoord. In de Maas en Scheldebode van 1916 boden ze kun klipper van nauwelijks tien jaar te koop aan. Het schip kon net opbrengen wat de schuld was. Hun hele leven hebben ze allebei hard gewerkt en niets overgehouden. Twee jaar later overleed Leentje Kievit. 
Bron: Jan Gebraad

Paul van den Doel (* 1876) voer met een schip van ongeveer 80 ton. Later is hij een zand- en grindhandel begonnen in de Tuinstraat te Dirksland. Zijn zoon Ferdinand (* 1903) voer met een tweemastklipper. Dit zeilvaartuig was voorzien van een zijschroef. Het schip meette 150 ton. Het had een zandlosinstallatie aan boord. Zijn tweejarige dochter Trijntje is in Middelharnis verdronken. Ferdinands broer Arend voer met een zeilklipper van 140 ton: de Vertrouwen. Leendert, de jongste zoon van Paul, heeft met het motorschip van zijn vader gevaren. Dit schip heette Risico.

Willem, de kleinzoon van Paul, is de laatste schipper binnen de familie Van den Doel. Met zijn motorschip Vertrouwen (600 ton) vaart hij meestal van Amsterdam naar Hamburg met ladingen veevoer aan boord.

Nog meer zeemansbloed.

Uit het bovenstaande blijkt, dat het beroep van schipper en die van veerman dicht bij elkaar te liggen. Zo was Huibrecht Gerrit van den Doel veerman. Aanvankelijk woonde hij in Melissant, maar later vestigde hij zich in Helvoet. Op gegeven moment nam de RTM de veerdienst voor haar rekening en werd in ieder geval zijn zoon Jilles Cornelis uitgekocht. Mogelijk geldt hetzelfde voor Huib. Hij vestigde zich in 1879 
in Rotterdam.

Dat er niet alleen maar bloed, maar ook zeewater door de aderen van zijn nageslacht vloeide blijkt wel uit het feit, dat diens kleinzoon Jillis Cornelis (1891-1966) voor een beroep op het zilte sop koos. Hij werd machinist op de zeesleepvaart. Drie van diens zoons volgden zijn voorbeeld. Piet werd machinist bij de sleepbootdienst van Smits Internationale. Zoon Huib werd bootsman op een coaster. Hij is echter naar Australië geëmigreerd. Welk beroep hij daar uitoefende is me onbekend. Zijn oudste zoon Jilles Cornelis was tot aan het einde van de oorlog machinist op de grote vaart.

Zeemansvrouwen staan er vaak allen voor. Dat was met name het geval toen het huis van Jilles en Cor in maart 1943 getroffen werd door een bombardement. Jilles was toen op zee en Cor heeft de problemen in haar eentje het hoofd moeten bieden, hoewel ze heel veel hulp van familie kreeg.

Piet van den Doel belandde ongewild in een hachelijk avontuur. De sleepboot trok een ander schip naar Rotterdam. Tijdens een storm maakte het schip slagzij. Na de storm moesten de ruimen leeggepompt worden. Samen met anderen moest Piet aangelijnd naar het schip zwemmen, waar hij de pompen repareerde. Dit hielp en de reis kon ongemoeid voortgezet worden.


Verbonden metWillem Johannes van den Doel

» Allemaal zien     «Vorige 1 2 3 4 5 6 7 ... 51» Volgende»     » Dia Voorstelling